Marcel's Wereld

 

Beste Johan,

Al weken loop ik hardop te denken, wat ik jou nou voor Sint moet schenken.

Want in plaats van dat je mijn Sintfilm besmette, zorgde je voor heel veel recette.

Voordat je doordraaide op tv, kreeg ik het publiek nauwelijks mee.

Op de trailer werd maar lauwtjes gereageerd. Ik dacht nog: heb ik het kunstje nou verleerd?

Ik zette de hoofdstad op stelten in mijn topper Amsterdamned, en in Flodder zette ik de aso’s volledig in hun hemd.

Na De Lift durfde niemand meer omhoog of omlaag. En in Moordwijven dronk Sanne Wallis de Vries zich een stuk in haar kraag.

Nu maak ik een film over een moordende Sint, en niemand die ergens wat van vindt!

Gelukkig was jij daar, Johan, mijn reddende engel. Je gaf de publiciteit een ferme zwengel.

Volgens jou kan de Sint zichzelf niet verdedigen. En mogen filmmakers zijn goedheid niet beledigen.

Volgens jou ben ik eigenlijk heel erg boos. En kreeg ik in mijn jeugd te weinig cadeau’s.

Ik besmeurde het merk en icoon Sinterklaas. En werd in jouw ogen de ‘Evil Dick Maas’.

Maar het allerergste was wat ik met de poster had gedaan. Een doodenge Sint voor de grote volle maan.

De tere kinderzieltjes hebben er onder te lijden. Want de ouders kunnen de posters niet vermijden.

Iedere avond was je met je boze kop op TV. En schreeuwde je luid: ‘Dit is niet oké!’

En daarom zijn de zalen nu tot de nok toe gevuld. En denk ik hardop: eigen schuld, dikke bult.

Maar eigenlijk, Johan, ben ik een zeer dankbaar mens. Door jou verliep alles volledig naar wens!

Daarom heb ik iets voor je gemaakt. Waarvan ik zeker weet dat het je raakt.

Een poster op straat, je staat vast perplex: Johan copulerend met Foeksia de Miniheks.

Succes gegarandeerd.

Sint Maas

The more things change …

Deze column verscheen in Skrien nummer 5:

In maart 2004 schreef ik onder de naam The Insider een column voor het magazine DVD Report, waarin ik de volgende voorspelling deed:

2 april Hellboy, de nieuwe film van regisseur Guillermo del Toro (Blade II) gaat in de Verenigde Staten in première. De comicverfilming over de demon Hellboy (Ron Perlman) die met zijn groep van superfreaks het kwaad bestrijdt, krijgt geweldige recensies en trekt volle zalen. Het is de zoveelste superheldenfilm die een commercieel succes is in de bioscoop. 12 mei De Insider downloadt Hellboy van het internet. De kwaliteit is redelijk tot goed en de film geweldig. 15 september De Hellboy dvd komt uit in de Verenigde Staten als een waanzinnige dubbeldisc-editie. Alle Nederlandse fans van comics en actiefilms grijpen naar hun creditcard en bestellen de film online, via hun stripwinkel of halen hem op bij de dvd-importzaak. 14 oktober Hellboy gaat in première in de Nederlandse bioscoop. Het is een flop. Distributeur Columbia TriStar HE verklaart dat Nederlanders niet geïnteresseerd zijn in superheldenfilms die niet over Spider-Man gaan.

Het is nu augustus 2010 en vandaag doe ik een nieuwe voorspelling:

13 augustus Scott Pilgrim vs. the World, de nieuwe film van regisseur Edgar Wright (Shaun of the Dead) gaat in de Verenigde Staten in première. De comicverfilming over Scott Pilgrim (Michael Cera) die het tegen zeven exen van zijn nieuwe vriendin moet opnemen, krijgt goede recensies, maar trekt weinig publiek.  14 augustus Stripliefhebbers in de hele wereld downloaden de CAMversie van Scott Pilgrim vs. the World van het internet. De kwaliteit is redelijk en de film geweldig. 15 december De DVD van Scott Pilgrim vs. the World staat op het punt van uitkomen in de Verenigde Staten. De R5 bittorrent staat echter al geruime tijd online en wordt massaal gedownload. 6 januari 2011 Scott Pilgrim vs. the World gaat in première in de Nederlandse bioscoop, zes maanden na de US release. Het is een enorme flop, want alle nerds, geeks en gamers hebben de film al maanden in huis. Nederlandse Distributeur A-Film Entertainment verklaart dat Nederlanders niet geïnteresseerd zijn in stripverfilmingen die niet over superhelden gaan.

Ben benieuwd waar mijn column in 2016 over gaat …

Marcel van Driel

Waar is Bino? - Een kleutervoorstelling.

Met trots presenteer ik de poster voor mijn nieuwe kleutervoorstelling!

Boeken voor kinderen van 4 tot 12 bestaan niet

Enige tijd geleden werd ik via Twitter benaderd door een reclamebureau. Ze deden mee aan een pitch voor het smeerkaasmerk La Vache Qui Rit en hadden een kinderboek bedacht dat je bij elkaar kon smeren. Het boek was bedoeld voor kinderen van 4 tot 12 jaar. Deze week stond er een soortgelijke oproep op Freelance.nl: kinderboekenschrijver gezocht om een boek te schrijven over De Stuntelkampioen. Doelgroep: kinderen van 4 tot 12 jaar.

Het is eerste dat op zo’n moment in mij opkomt is: deze mensen hebben geen kinderen, gevolgd door: zijn ze zelf wel kind geweest? Want kinderen van 4 tot 12 jaar, dat is geen doelgroep, dat zijn er drie!

Kinderen vanaf een jaar of vier kunnen niet lezen, nauwelijks schrijven, net een beetje fietsen en hopelijk zichzelf aankleden. Ze worden voorgelezen uit prentenboeken en Jip en Janneke en kijken Dora en Bob de Bouwer. Ze zitten op de kleuterschool, houden zich bezig met spelen, spelen en nog eens spelen. Ondertussen leren ze voorzichtig dat ze niet alles mogen wat ze willen.

Kinderen vanaf een jaar of zeven kunnen eenvoudige boekjes lezen, hebben spelen op school ingeruild voor leren en beginnen door te krijgen dat de wereld eventueel niet om henzelf draait. Ze kijken naar Het Huis Anubis en Harry Potter, ze sporten en soms fietsen ze zelfstandig naar school (als ze in een dorp wonen).

Kinderen vanaf een jaar of elf lezen Harry Potter, organiseren hun eigen verjaardagfeestjes en maken zich druk om de Cito-toets, de middelbare school, en of ze al dan niet te dik zijn. Ze raken voorzichtig geïnteresseerd in de andere (of dezelfde) sekse en durven dingen niet meer, waar ze als zevenjarige geen seconde over nadachten. Ze twijfelen aan alles, aan zichzelf, aan hun ouders en zoeken met iedereen ruzie.

En daar willen mensen één boek voor maken?

Ik wens ze veel succes.

Baantjer en ik

Gisteren is Appie Baantjer – geestelijk vader van De Cock - op 86-jarige leeftijd overleden. Ik moest ineens terugdenken aan mijn enige ontmoeting met de schrijver, bijna dertig jaar geleden.

Een jaar of zestien zal ik zijn geweest. Ik woonde in Zutphen en ambieerde een carrière als supermarkteigenaar. Maar in mijn vrije tijd deed ik niets anders dan verhalen bedenken en schrijven.

Boekhandel Boek en Buro, waar ik ooit stage had gelopen als verkoper, schreef een wedstrijd uit: Schrijf een spannend kort verhaal rond Het Witte Huis, een monumentaal pand net buiten de stad. Ik kende het gebouw alleen van een afstand. Er stond een groot hek rond het landgoed waar de weg voor langsliep. Aangezien mijn dagelijkse dieet dat jaar bestond uit de boeken van Agatha Christie, werd het een moordmysterie.

Ik werd tweede en de prijs werd uitgereikt door Appie Baantjer. Ik herinner hem mij als een aimabele oude man die mij een beetje aan Dick Bruna deed denken. Aan ieder van de drie prijswinnaars stelde hij dezelfde vraag: ‘Heb je ooit wel eens één van mijn boeken gelezen?’ We antwoordden stuk voor stuk ontkennend, we behoorden duidelijk niet tot de doelgroep. Hij lachte vriendelijk, feliciteerde ons en wenste ons een geweldige schrijfcarrière toe. Mooi, niet, dacht ik nog, met mijn hoofd in de supermarkt.

Baantjer heeft ongeveer zeventig boeken geschreven over zijn creatie De Cock. Ik heb er nog steeds geen één van gelezen. Zelf heb ik inmiddels zo’n dertig jeugdboeken geschreven. Wie weet stel ik over dertig jaar dezelfde vraag aan een toekomstig talent en zal zij bekennen: ‘Nee, sorry, niet eentje,’ terwijl ze denkt: ‘Veel te ouderwets!’

Appie, het ga je goed. En dank je wel voor de bemoedigende woorden.

Hoe Bino geboren werd

Toen mijn zoon Daniel geboren werd, bedacht ik mij dat het jammer was dat hij zeven jaar moest wachten tot hij iets van mij kon lezen. Ik besloot dat het tijd werd om ook eens iets voor jongere kinderen te maken. Daarvoor benaderde ik mijn goede vriendin Vera de Backker, een illustratrice die ik erg bewonder en die al meer dan 20 (prenten)boeken op haar naam heeft staan. We doken samen een middag de kroeg in en bedachten Bino.


Bino op de foto

Bino is een sneeuwwitte pinguïn die niet op de schoolfoto wil, omdat hij onzichtbaar is in de sneeuw. Pas als al zijn vriendjes – letterlijk – achter hem gaan staan, wordt hij zichtbaar, niet alleen op de foto, maar ook voor zijn vriendjes en (het allerbelangrijkste) zichzelf.

Vera en ik maakten een ruwe opzet van het prentenboek en daarna ging zij aan de slag met de illustraties. In ongeveer een jaar tekende ze een prachtig boek waarin niet alleen Bino, maar ook zijn vriendjes Zwartvoet, Sneeuwvleugel en Kleintje tot leven kwamen.

Vriendjes van Bino

Met de tekeningen onder haar arm ging Vera de Nederlandse uitgeverijen langs. En hoewel de uitgevers lovende woorden spraken over onze pasgeboren pinguïn, durfde geen van het aan om het boek te publiceren. Prentenboeken zouden duur zijn om te maken en slecht om te verkopen. Slechts een enkel boek kwam boven het maaiveld uit en bracht daadwerkelijk geld op.

Hoewel ze voor een andere opdracht bij Uitgeverij Kwintessens was, liet Vera de tekeningen van Bino toch even aan de redacteur zien. Ze was enthousiast en maakte een afspraak voor Vera en mij bij uitgever Jeroen. En toen ging alles heel erg snel …

Kwintessens is gespecialiseerd in educatieve uitgaven voor scholen. Eén project waar zij al geruime tijd mee bezig waren, was een box met acht prentenboeken voor groep 1 en 2 van de basisschool. Iedere uitgave moest een aansprekend verhaal bevatten wat een sociale competentie behandelde, zoals Aardig Zijn, Voor Jezelf Opkomen en Ruzies Oplossen. Wat ze misten was een aanspreken karakter voor kleuters.

Bino en Beer

Op weg naar Kwintessens hoopten wij dat ons prentenboek uitgegeven zou worden. We gingen terug met de opdracht er nog zeven te schrijven en te tekenen. We mochten kiezen of we er een half jaar of anderhalf jaar over wilden doen. We kozen voor het eerste.

Zes maanden lang hebben we alles gegeven. We bedachten onze verhalen in een esoterische winkel in Amsterdam, schreven onze teksten en tekenden de platen en mailden ze heen en weer voor commentaar of aanvullingen. En hoewel acht prentenboeken schrijven geen peulenschil is, was het leeuwendeel van het werk voor Vera die in zes maanden evenveel produceerde als normaal in drie jaar. Ondertussen maakten liedjesschrijvers Jeroen Schipper, Suze van Calsteren, Cees Thissen en VOF de Kunst bij ieder prentenboek een of meer prachtige liedjes.

Iets meer dan zes maanden na aanvang waren we klaar. Voor ons lagen acht prentenboeken, een cd met dertien geweldige liedjes en prototypes van twee handpoppen; eentje van Bino en eentje van Kleintje. Klaar om naar Singapore gestuurd te worden, waar alles gedrukt zou worden. Win konden op onze lauweren gaan rusten. Dachten we.

Ieder jaar is er in Utrecht het Festival Mooie Woorden, een literair festival met een speciale plek op de zondagmiddag voor de jeugd. De organisatie vroeg mij of ik een kleutervoorstelling wilde maken voor het festival van 2010. Even dacht ik daar geen tijd voor te hebben, toen ik mij realiseerde dat ik het materiaal al voor handen had. Bino! Ik schreef een theatertekst op basis van de prentenboeken, vulde ze aan met de liedjes van Suze, Jeroen en VOF de Kunst en vroeg actrice, clown en regisseuse Lidion Zierikzee of zij de regie op zich wilde nemen. Omdat ze het te druk had met haar afstudeervoorstelling, besloot Lidion niet alleen de regie te doen en de productie, maar ook de tweede hoofdrol voor haar rekening te nemen. (…)


Bino de Musical

In februari 2010 speelden we onze voorstelling voor 140 kleuters en hun ouders. Het was een enorm succes, de kinderen braken naderhand bijna de tent af van enthousiasme. We wisten dat we iets bijzonders in handen hadden.

Het is nu juni 2010. De Binoboxen worden volop verkocht aan de scholen, die mij en Vera daarna uitnodigen om in de klas te komen voorlezen, vertellen en zingen met Bino. De rechten van de pinguïnboeken zijn inmiddels verkocht aan China en Thailand en er lijken nog vele landen te volgen. Ik heb Bino voorgelezen aan Nederlandse kinderen in het Midden-Oosten. En Daniel en zijn broertje Charlie bladeren zelf regelmatig door de prentenboeken heen, spelen met de poppen, zingen de liedjes, of luisteren als mijn vrouw of ik uit Bino voorlezen. De uitgeverij heeft plannen voor nieuwe boeken, ik zelf ben aan het kijken of we Bino apps kunnen maken voor de iPhone en iPad en Lidion Zierikzee overweegt volgend jaar met de kleutermusical door Nederland te gaan touren.

Dat is toch een hele prestatie voor een witte pinguïn die denkt dat hij onzichtbaar is.

Windows

Bioscoopeigenaren en filmdistributeurs kruisen momenteel de degens over windows. Nee, niet het besturingssysteem, maar de afgesproken periode die gehandhaafd wordt tussen het uitbrengen van een bioscoopfilm en het verschijnen van dezelfde titel op DVD.

Vorig jaar besloot Disney de Pixarhit UP al na twee maanden op DVD uit te brengen, zodat ze nog mee konden profiteren van de feestdagen. Een goeie zet, want de DVD was een gewild Kerstcadeau. De bioscopen waren minder blij. De film draaide tenslotte nog volop en de eigenaren zagen hun winst als luchtballonnetjes de hemel in verdwijnen. ‘Dat gebeurt ons geen tweede keer,’ bedacht men en besloot en masse de eerstvolgende Disneyfilm met een verkort window in de ban te doen.

Dat werd Alice in Wonderland. Disney schikte achter de schermen (maar paste het window niet aan) en Alice werd alsnog uitgebracht. De negatieve publiciteit had de film geen schade aangebracht, integendeel, de film werd massaal bezocht in binnen- en buitenland. Alleen maar winnaars, toch?
In het boekje ‘Ja-maar, wat als alles lukt?’ van Berthold Gunster staat de volgende quote: “Voor sommigen is het glas half vol, voor anderen half leeg. Wij gaan uit van een derde positie. Waar is de kraan?”

Zowel Disney als de bioscopen leveren een achterhoedegevecht die uitgaat van de oude marketinggedachte: het product is leidend, de consument past zich wel aan. Maar dat is allang niet meer zo. Want terwijl de filmproducenten en de bioscoopeigenaren zich druk maken over het glas, is de consument allang naar de kraan gelopen. De kraan die internet heet.
Gratis blijkt namelijk zelden leidend te zijn bij downloads. Beschikbaarheid is het toverwoord. Hoe eerder hoe beter. Als een film de moeite waard lijkt, gaan we echt wel naar de bioscoop, kijk maar naar UP, Avatar en Alice. Als we geen tijd/zin of oppas hebben, dan wachten we op de DVD, of downloaden we de film, ongeacht of deze nou wel of niet nog in de bios draait.

Ik ging met mijn zoontje naar de animatiefilm ‘Het regent Gehaktballen.’ Met rode koontjes kwam hij de bioscoopzaal uit. ‘Kunnen we nu de DVD kopen, papa?’ vroeg hij. ‘Dan kan ik hem thuis aan mama laten zien.’ Toen ik hem vertelde dat we daar drie maanden op moesten wachten, keek hij mij vol onbegrip aan. Over drie maanden was hij allang weer met andere dingen bezig! Hij wilde de film nú hebben en snapte niet dat je deze niet gewoon kon kopen in de foyer van de bioscoop.

Mijn zoontje is vijf jaar en snapt meer van marketing dan de hele bioscoopbranche bij elkaar.

5/1/2010 - Photo

Collage van de optredens op het Rijnlands Lyceum in Oman

Collage van de optredens op het Rijnlands Lyceum in Oman

Oman – Daarheen en weer terug – Dag 7

Muskaat, 27 april 2010

Vandaag werd ik opgehaald door Johnny, de enige huisvrouw met een snor, zoals hij zichzelf omschrijft. Johnny is behalve Mechanical Engineer ook huisman, vader en echtgenoot, in dit geval van een dame bij Shell werkt. Sinds de komst van het gezin in Oman is de Ladies Club van Shell dan ook omgedoopt in de Spouces Club.

Johnny was zo vriendelijk om mij vandaag in zijn 4x4 rond te rijden door Muskaat en mij iets te vertellen over de stad. En omdat Johnny een heel andere achtergrond heeft dan mijn gastheer van deze week, ging de reis vandaag minder over de geschiedenis van Muskaat en de sociale verschillen, maar vooral over de bouw van de huizen en de manieren die gebruikt worden om bijvoorbeeld water te winnen. Johnny reed mij naar een kleine woestijn, aan de rand van de stad, waar nog een paar oude lemen huizen te vinden waren, een enkele woning gemaakt van plaatstaal en zelfs een paar duizend jaar oude muren.

Woestijn

Hij vertelde mij dat veel van de mooiste huizen in Muskaat geen meubels bevatten, zelfs geen matrassen. En dat Omani’s vaak begraven worden, bovenop een berg, zodat ze het mooiste uitzicht hadden. Wat mij de opmerking ontlokte dat het er soms op lijkt dat men hier beter voor de doden zorgt dan voor de levenden.

Daar zal de Sultan het niet mee eens zijn, die de grootste, mooiste en meest indrukwekkende moskee van de hele wereld bouwde: De Sultan Qaboos Grand Mosque. Het is de enige moskee die iedere ochtend (behalve op vrijdag) is geopend voor niet-moslims. Dat was te merken ook, want het gebouw werd vandaag bezocht door honderden toeristen uit allerlei landen die gewillig achter de bordjes van hun reisleiders liepen. Het maakte het gebouw er niet minder prachtig om.

Moskee Muscat

Het volgende bezoek was aan de souq, of souk, een markt vol snuisterijen, geurtjes, sjaaltjes petten, jurken en nepspeelgoed. Het is de typische toeristtrap die je gezien moet hebben, maar waar je ook snel uitgekeken raakt. Ik kocht er wierrook voor mijn vrouw en staarde uit over de haven, naar de prachtige grote boot van de sultan.

Souq, Muscat

Lunchen deden we in de PDOclub waar het Shellgezin woont, en waar ik eerder deze week de zonsondergang vanaf het strand bewonderde.

En toen was ik kapot. Ik heb de hele week gewerkt, niet geweldig geslapen (de airco maakt teveel lawaai, maar uitdoen is ook geen optie), ik had de hele dag in de hitte gelopen, zelfs een klein bergje beklommen (de zwaarste 60 meter die ik ooit heb afgelegd) en de hele dag van allerlei indrukken opgedaan en ik wilde nog maar een ding: slapen.

De rest van de middag heb ik een heerlijk verfrissend dutje gedaan en nu ben ik er klaar voor: diner en de terugreis. Vannacht vlieg ik via Abu Dabhi en Frankfurt weer terug naar Nederland na een week in Oman die ik nooit meer ga vergeten.

Oman – Daarheen en weer terug – Dag 6

Muskaat, 26 april 2010

Vandaag was mijn laatste ‘werkdag’ op het Rijnland Lyceum Muscat en deze was gereserveerd voor de allerkleinsten. Negen kinderen - van wat bij ons de onderbouw heet - kwamen luisteren naar Bino, spelen met de handpoppen en meezingen met de liedjes.

De Nederlandse onderbouwkinderen luisteren naar Marcels verhaal

De kinderen zitten allemaal op The British School, waar het heel anders aan toegaat dan in Nederland. Niet alleen zijn schooluniformen verlicht – en is Engels de voertaal – maar de kinderen mogen er ook veel minder dan bij ons. Luisteren doe je in kleermakerszit (zodat je ledematen niet gaan bewegen) en uiteraard ben je stil als de meester of de juf praat.

Het kostte mij dan ook een paar minuten om de kinderen aan het lachen te maken en in hun comfortzone te brengen. Maar na een paar flauwe (maar voor kleuters hilarische!) grappen over pinguïns in de woestijn, kwamen ze los! Ze lachten, zongen, luisterden intensief naar de verhalen over walvissen, beren die zoek raakten in de sneeuw en albino pinguïns. Ze pakten de handpoppen en speelden mee tijdens het voorlezen.

Spelen met de Binopoppen

Voor alle duidelijkheid: dit zijn kinderen uit groep 1 t/m 3, waarvan er sommige behoorlijk en de rest redelijk Nederlands verstaat maar veelal nauwelijks spreekt. Dit zijn kinderen die vloeiend (en prachtig!) Brits-Engels spreken, een beetje Nederlands en vaak ook nog een derde taal, zoals Russisch of Duits, als één van de ouders daarvandaan komt. Dat betekende dat zelfs de Bino prentenboeken (gemaakt voor groep 1 en 2) veel uitleg vergden.

Een pinguïn die Kuifje heet, zegt deze kinderen niets, een kuif is geen woord dat ze dagelijks tegenkomen. En rijmwoorden is voor de meesten al helemaal een stap te ver. Daarom bespraken we iedere pagina uitgebreid, bekeken we de tekeningen en legden we aan elkaar uit wat iets betekende. De kinderen vulden de verhalen aan met hun eigen ervaringen. Zo kende het half-Russische meisje sneeuw voornamelijk uit Rusland en had een ander een walvis gezien voor de kust van Oman.

Het was al met al een magische ochtend en ik nam met spijt in mijn hart afscheid van de kinderen en de school, maar niet voordat ik alle gekochte boeken gesigneerd had, en van een boodschap voorzien.

Het contrast met het Muscat City Centre, de grootste shopping mall van het land, had niet groter kunnen zijn. Het is van top tot teen Amerikaans, met een groot filiaal van Borders (waar meer Engelstalige boeken staan, dan Arabische), McDonald’s, Zara, Hugo Boss en zelfs de Bata. Als de mall niet bevolkt met door dames met hoofddoeken of burka’s of mannen met jurken, dan waande je je in de United States of America. Ik heb er dan ook een heerlijke BBQ Bacon Burger gegeten.

BBQ Burger

Ik vroeg mijn gastheer over de burka’s en hoofddoeken. Hij vertelde dat ongeveer 60% van de vrouwen op de één of andere manier bedekt gekleed gaat en dat dit percentage hoger ligt dan pakweg twintig jaar geleden. Dat dit geen religieuze reden heeft, is wel duidelijk als je het straatbeeld bekijkt. De hoofddoeken lijken met name statusverhogend; stijlvol, van prachtige kwaliteit en uitermate modieus. Zo mooi dat zelfs meneer Wilders hier iets positiefs over op te merken zou moeten hebben.

Of misschien ook niet.