Baantjer en ik
Gisteren is Appie Baantjer – geestelijk vader van De Cock - op 86-jarige leeftijd overleden. Ik moest ineens terugdenken aan mijn enige ontmoeting met de schrijver, bijna dertig jaar geleden.
Een jaar of zestien zal ik zijn geweest. Ik woonde in Zutphen en ambieerde een carrière als supermarkteigenaar. Maar in mijn vrije tijd deed ik niets anders dan verhalen bedenken en schrijven.
Boekhandel Boek en Buro, waar ik ooit stage had gelopen als verkoper, schreef een wedstrijd uit: Schrijf een spannend kort verhaal rond Het Witte Huis, een monumentaal pand net buiten de stad. Ik kende het gebouw alleen van een afstand. Er stond een groot hek rond het landgoed waar de weg voor langsliep. Aangezien mijn dagelijkse dieet dat jaar bestond uit de boeken van Agatha Christie, werd het een moordmysterie.
Ik werd tweede en de prijs werd uitgereikt door Appie Baantjer. Ik herinner hem mij als een aimabele oude man die mij een beetje aan Dick Bruna deed denken. Aan ieder van de drie prijswinnaars stelde hij dezelfde vraag: ‘Heb je ooit wel eens één van mijn boeken gelezen?’ We antwoordden stuk voor stuk ontkennend, we behoorden duidelijk niet tot de doelgroep. Hij lachte vriendelijk, feliciteerde ons en wenste ons een geweldige schrijfcarrière toe. Mooi, niet, dacht ik nog, met mijn hoofd in de supermarkt.
Baantjer heeft ongeveer zeventig boeken geschreven over zijn creatie De Cock. Ik heb er nog steeds geen één van gelezen. Zelf heb ik inmiddels zo’n dertig jeugdboeken geschreven. Wie weet stel ik over dertig jaar dezelfde vraag aan een toekomstig talent en zal zij bekennen: ‘Nee, sorry, niet eentje,’ terwijl ze denkt: ‘Veel te ouderwets!’
Appie, het ga je goed. En dank je wel voor de bemoedigende woorden.
