Marcel's Wereld

 

Oman – Daarheen en weer terug – Dag 7

Muskaat, 27 april 2010

Vandaag werd ik opgehaald door Johnny, de enige huisvrouw met een snor, zoals hij zichzelf omschrijft. Johnny is behalve Mechanical Engineer ook huisman, vader en echtgenoot, in dit geval van een dame bij Shell werkt. Sinds de komst van het gezin in Oman is de Ladies Club van Shell dan ook omgedoopt in de Spouces Club.

Johnny was zo vriendelijk om mij vandaag in zijn 4x4 rond te rijden door Muskaat en mij iets te vertellen over de stad. En omdat Johnny een heel andere achtergrond heeft dan mijn gastheer van deze week, ging de reis vandaag minder over de geschiedenis van Muskaat en de sociale verschillen, maar vooral over de bouw van de huizen en de manieren die gebruikt worden om bijvoorbeeld water te winnen. Johnny reed mij naar een kleine woestijn, aan de rand van de stad, waar nog een paar oude lemen huizen te vinden waren, een enkele woning gemaakt van plaatstaal en zelfs een paar duizend jaar oude muren.

Woestijn

Hij vertelde mij dat veel van de mooiste huizen in Muskaat geen meubels bevatten, zelfs geen matrassen. En dat Omani’s vaak begraven worden, bovenop een berg, zodat ze het mooiste uitzicht hadden. Wat mij de opmerking ontlokte dat het er soms op lijkt dat men hier beter voor de doden zorgt dan voor de levenden.

Daar zal de Sultan het niet mee eens zijn, die de grootste, mooiste en meest indrukwekkende moskee van de hele wereld bouwde: De Sultan Qaboos Grand Mosque. Het is de enige moskee die iedere ochtend (behalve op vrijdag) is geopend voor niet-moslims. Dat was te merken ook, want het gebouw werd vandaag bezocht door honderden toeristen uit allerlei landen die gewillig achter de bordjes van hun reisleiders liepen. Het maakte het gebouw er niet minder prachtig om.

Moskee Muscat

Het volgende bezoek was aan de souq, of souk, een markt vol snuisterijen, geurtjes, sjaaltjes petten, jurken en nepspeelgoed. Het is de typische toeristtrap die je gezien moet hebben, maar waar je ook snel uitgekeken raakt. Ik kocht er wierrook voor mijn vrouw en staarde uit over de haven, naar de prachtige grote boot van de sultan.

Souq, Muscat

Lunchen deden we in de PDOclub waar het Shellgezin woont, en waar ik eerder deze week de zonsondergang vanaf het strand bewonderde.

En toen was ik kapot. Ik heb de hele week gewerkt, niet geweldig geslapen (de airco maakt teveel lawaai, maar uitdoen is ook geen optie), ik had de hele dag in de hitte gelopen, zelfs een klein bergje beklommen (de zwaarste 60 meter die ik ooit heb afgelegd) en de hele dag van allerlei indrukken opgedaan en ik wilde nog maar een ding: slapen.

De rest van de middag heb ik een heerlijk verfrissend dutje gedaan en nu ben ik er klaar voor: diner en de terugreis. Vannacht vlieg ik via Abu Dabhi en Frankfurt weer terug naar Nederland na een week in Oman die ik nooit meer ga vergeten.